Home / Bekijk de wereld door mijn ogen…

Bekijk de wereld door mijn ogen…

afscheidsverhaal troostverhaal kinderverhaalDit verhaal heb ik verteld tijdens de begrafenis van mijn zus. Ik heb het zelf gemaakt op basis van enkele verhalen van Toon Tellegen, uit zijn boek ‘Misschien wisten zij alles’. De rode draad van het verhaal was de boodschap die voor mijn zus belangrijk was om door te geven aan haar dochter en aan alle andere kinderen. De dood is niet een definitief afscheid. Het is het begin van een andere manier van met elkaar in verbinding staan.

Kleine Beer schrok midden in de nacht wakker. Had ze gedroomd? Ze herinnerde zich geen droom, maar ze was wel bang en ze voelde zich alleen. Heel erg alleen… Ze rilde, terwijl ze het toch niet koud had. Ze voelde koude zweetdruppeltjes op haar voorhoofd en in haar hals.

Kleine Beer probeerde zich zo stil mogelijk te houden en te luisteren naar de geluiden van buiten. Misschien had er iemand geklopt of had er in de verte iemand gegild? Ze hoorde niets. Ze ging weer liggen, maar ze kon niet meer in slaap komen. Heel veel gedachten gingen door haar heen.

Ze dacht aan Grote Beer. Wat zou Grote Beer nu gedaan hebben? Grote Beer had haar altijd kunnen helpen, als ze ergens mee zat en nu kon dat niet meer. Grote Beer was er niet meer. Nu vroeg Kleine Beer zich in haar eentje af ‘hoe moet dit?’ en ‘waarom is dat?’en ‘wat gebeurt er later?’. Het waren vragen waar zij geen antwoord op wist. Vooral niet op die laatste vraag, die maar door haar hoofd bleef gaan: wat gebeurt er later?

Ze kon niets bedenken wat ook maar leek op een antwoord op die vraag. Wat is dat ‘later’?, dacht ze. Ze had het er wel eens met de Mier over gehad, maar die had zijn schouders opgehaald en gezegd dat hij nooit van later had gehoord en dat het dus wel niks zou zijn. Maar voor Kleine Beer was dat niet voldoende. De Eekhoorn had hem eens verteld dat ‘later’ het omgekeerde was van ‘vroeger’. Maar wat was ‘vroeger’ dan?

Het was een donkere nacht. Kleine Beer deed haar raam open om de donkere lucht op te snuiven en hier en daar tussen de wolken misschien een ster te zien. Grote Beer had altijd gezegd, dat als ze hier niet meer was, dat ze dan een ster was geworden. Als ster zou Grote Beer nog altijd dicht bij Kleine Beer blijven. Daarom hield Kleine Beer zoveel van de sterren. Daar ergens in de hemel was Grote Beer….

‘Wat gebeurt er later?’ vroeg Kleine Beer aan de sterren. Eén ster fonkelde even extra mooi. Zou dat Grote Beer zijn? Vast wel! Ik ben alleen maar ‘nu’, dacht Kleine Beer. ‘Nu’ kan ik horen. ‘Nu’ kan ik zien en voelen. ‘Nu’ kan ik vrolijk zijn, of juist verdrietig zo hier voor het raam in de nacht, tegenover de lucht en de sterrenhemel. Zou Mier gelijk hebben? Is ‘later’ misschien wel niets?

Kleine Beer dacht weer aan wat Eekhoorn gezegd had. ‘Later’ was het omgekeerde van ‘vroeger’. Bestond ‘vroeger’ wel of niet? Kleine Beer dacht van eigenlijk wel. Ze had allemaal mooie herinneringen aan Grote Beer….. en ook wel een paar minder mooie, maar dat gaf vast niet. Die herinneringen, dat was vast ‘vroeger’.

Kleine Beer kreeg een diepe frons op haar voorhoofd. Zo diep moest ze nadenken, maar ze voelde zich niet meer zo koud en alleen als eerst. Grote Beer was bij haar, dat voelde ze. Die ene ster daar, dat was ze vast! Kleine Beer zuchtte diep en blies met haar zucht een blad van de beukenboom de lucht in. Ze hoorde het ritselende blad in de verte wegzweven.

Ze herinnerde zich weer wat Grote Beer tegen haar gezegd had:

‘Er gebeuren ‘nu’ dingen in je leven, Kleine Beer, die je pas ‘later’ zult begrijpen.

Blijf in ‘later’ geloven! Verstop je ‘nu’ niet, en loop er niet voor weg. Het komt allemaal goed. Je zult het zien. Vertrouw me maar. ‘Vroeger’ was ik er om je een pleister te geven als je gevallen was. ‘Vroeger’, Kleine Beer, gaf ik je een kus tegen de pijn. ‘Vroeger’ konden we samen lachen en huilen, maar vanaf ‘nu’ zal ik altijd voor je schijnen en over je waken.

Kijk naar ‘later’ door mijn ogen, Kleine Beer! Kijk maar goed om je heen, je bent nooit alleen.

Kleine Beer zuchtte weer eens heel diep. Zij dacht aan Mier en Eekhoorn, aan Das, Ekster en Konijn, aan Olifant, Zebra en natuurlijk aan Paard en aan alle andere lieve dieren om haar heen. Grote Beer had gelijk. Zij was nooit alleen, zelfs nu niet in deze donkere nacht. Weer fonkelde er één ster extra mooi. Nu wist Kleine Beer het zeker: Dat was Grote Beer!!

Welterusten Grote Beer, zei Kleine Beer en tevreden ging ze slapen.

Top